Nieuwsoverzicht

Lezen: niet toetsen maar leren

Hoe leesonderwijs ook anders kan

Rijke leeslessen, actieve leerlingen, formatieve evaluatie, leesportfolio’s. Dat zijn de ingrediënten die voorbij komen tijdens een gesprek over het verbeteren van het onderwijs in begrijpend lezen. Een middag aan de slag met zeven docenten Nederlands, enthousiaste leraren, die niet lang praten over ‘wat er niet goed gaat’ maar vooral over  ‘hoe het leesonderwijs ook kan’. In de overtuiging dat dat actieve en meer betrokken leerlingen oplevert.

De zeven aanwezige docenten, van scholen uit Breda, Driehuis, Helmond en Nijmegen, zijn het wel een beetje zat om leesonderwijs te geven door vragen bij teksten te stellen en die samen na te kijken, daar cijfers voor te geven en dan te zien dat leerlingen lezen saai vinden en steeds saaier gaan vinden en uiteindelijk niet meer doen. Ze zijn het erover eens dat cijfers geven geen bijdrage levert aan leesmotivatie en dat die cijfers niet veel zeggen over hoe leerlingen daadwerkelijk informatie verwerken. Ook weten zij dat leesonderwijs dat louter bestaat uit teksten met vragen niet leidt tot betere leesvaardigheid.

Hoe het dan wel moet, met het examen als beslissend slotakkoord van het examenjaar, dat is de grote vraag. En die vraag heeft een antwoord en dat antwoord is volgens de aanwezige docenten tweeledig.

Ten eerste: zet in op lezen en niet op het controleren van lezen.
Dat betekent, dat er rijke leeslessen nodig zijn waarin leerlingen veel en gevarieerde teksten lezen en daarover praten, schrijven en denken. Dat kan vrij makkelijk met bijvoorbeeld de teksten uit de tekstenbox van PLOT26 en de ‘opdrachtengenerator’ die er bij zit.
Dat kan ook met hulp van het boekje ‘Lezen met de leessandwich’ waarin veel concrete ideeën zitten om leerlingen activiteiten voor, tijdens en na het lezen te laten doen.  Het kan ook door teksten (kranten, tijdschriften, etc.) in de klas te halen en leerlingen daaruit te laten lezen, presenteren en discussiëren.
Deze lessen hebben allemaal hetzelfde doel: leerlingen opvoeden tot wendbare lezers. Dat gaat niet over theorie, dat gaat over vorming. Dat is de belangrijkste taak van de docent Nederlands, eigenlijk van iedere medewerker in de school. Wij denken graag mee met scholen die hiermee concreet aan de slag willen en PLOT26 biedt daarbij veel mogelijkheden.

Het tweede antwoord gaat over meten en beoordelen.
Toetsen, reflecteren en evalueren zijn facetten van beoordeling en allemaal horen ze er bij. Voor de docenten die deelnamen aan het gesprek hebben ze als doel de vorderingen van leerlingen in kaart te brengen.
Op een aantal  scholen gaan leerlingen dit schooljaar aan de slag met portfolio-opbouw. Ze verzamelen gelezen teksten, verwerken die via opdrachten en bewaren ze samen met reflecties op eigen leesgedrag in een al of niet digitale map. Ze doen er de uitslagen van diagnostische toetsen bij en schrijven met regelmaat hun plannen en doelen op voor de komende periode. Want… om een goede lezer te worden, ben je zelf aan zet en dus is het de leerling die aan het stuur zit en is de docent de deskundige, meedenkende en sturende leraar.
Iedereen op de bijeenkomst was het erover eens dat een cijfer voor een toets niet nodig is om in te schatten welk niveau een leerling heeft en welk onderwijsniveau hij aankan. Daarvoor zijn eigen beoordelingen en observaties van de docent – en op bepaalde momenten  een diagnostische toets – voldoende. En voor wie het wil: geef af een toe een summatieve toets en realiseer je dan dat je dat doet ter controle en vooral om te beoordelen. Als je zo’n toets echter niet een plek geeft in een totaalplan van meten en ontwikkelen, dan leert de leerling er niet van en kan er leesmotivatie door verliezen.

En het examen dan? Hoe je dat aanpakt kan een leerling met een gerichte examentraining in het examenjaar leren. Want leerlingen kunnen dan al zo goed lezen, dat de technieken voor het examen, het jargon en de oefening ervan in een paar sessies behandeld en geoefend kunnen worden. Dat hebben we zelf ook ervaren: de eerste groep PLOT26-leerlingen scoorde bij de examens van 4 vmbo-b,-k en -gt minstens even goed als de andere leerlingen in Nederland. Maar er is één groot verschil:  ‘PLOT-leerlingen’ weten en voelen ook wat het betekent om goed te kunnen lezen als het niet om examens gaat.

Bert de Vos, ambassadeur PLOT26

Geen categorie

PLOT26 maakt gebruik van cookies

Met behulp van deze cookies kunnen we informatie verzamelen over het gebruik van de website, onder andere om deze te analyseren en te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om je buiten onze website relevante aanbiedingen te tonen. En worden er tracking cookies geplaatst door social media-netwerken. Door op 'Ok' te klikken stem je in met het plaatsen van cookies. Wil je niet alle soorten cookies toestaan, klik dan op 'Cookie instellingen aanpassen'. Meer informatie over cookies

Wij gebruiken de volgende cookies:

We slaan je instellingen op in een cookie. Wil je later je instellingen wijzigen? Verwijder dan de cookies via je browser.